Bestuurlijke boete geschorst tijdens bezwaarprocedure

De vraag of een bestuurlijke boete tijdens een bezwaarprocedure kan worden ingevorderd, kwam onlangs aan de orde in de rechtspraak. Bestuurlijke boetes moeten in de regel direct worden betaald, ook als deze betwist worden in bezwaar of in (hoger) beroep. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 21 december 2016 een belangrijke uitspraak gedaan waarmee dit uitgangspunt wordt genuanceerd.

 

Onderzoek Arbeidsinspectie

De aanleiding voor de procedure was een onderzoek door de Arbeidsinspectie, waarna een onderneming werd geconfronteerd met een bestuurlijke boete. De onderneming stelde hiertegen bezwaar in en verzocht vergeefs om uitstel van betaling. Nadat het bestuursorgaan liet weten over te zullen gaan tot invordering van de boete, verzocht de onderneming de rechtbank een voorlopige voorziening te treffen dat uitstel van betaling werd verleend dan wel dat geen invorderingsmaatregelen werden genomen totdat over de rechtmatigheid van de boete in bezwaar en beroep zou zijn beslist.

Geen schorsende werking voor boete

De voorzieningenrechter herhaalt het uitgangspunt dat bezwaar geen schorsende werking voor een boete heeft, maar overweegt vervolgens onder verwijzing naar een advies van de Raad van State van 13 juli 2015: ‘dat er op voorhand geen rechtvaardiging lijkt te bestaan voor het verschil tussen het strafrecht en het bestuursrecht en het ontbreken van schorsende werking van rechtsmiddelen in het bestuursrecht in het licht van de ingrijpende gewijzigde context waarin de bestuurlijke boete functioneert.’

De voorzieningenrechter oordeelt dat in de situatie waarin nog niet vast staat of de bestuurlijke sanctie ook gelet op de evenredigheid, terecht is opgelegd, terwijl invordering van de boete voor de onderneming tot onomkeerbare gevolgen voor de onderneming zou kunnen leiden, er aanleiding bestaat voor schorsing van het boetebesluit. Om tot invordering van de boete over te kunnen gaan, dient het bestuursorgaan volgens de voorzieningenrechter een ‘zwaarwegend belang’ te hebben en had het onderbouwd moeten worden dat van het bestuursorgaan niet kon worden gevergd de bezwaarprocedure af te wachten.

Waarborgen van strafrecht in bestuursrecht

Het strafrecht voorziet wel in schorsende werking wanneer tegen een sanctie rechtsmiddelen worden ingesteld. De uitspraak van de voorzieningenrechter in Amsterdam van 21 december 2016 is van belang omdat hieruit blijkt dat de bestuursrechter de waarborgen van het strafrecht betrekt bij de beoordeling van de bestuurlijke boete.

Conclusie: opschorting bestuurlijke boete in beginsel mogelijk

Deze uitspraak biedt perspectief voor verzoeken tot opschorting van de betalingsverplichting bij bestuurlijke boetes. Bestuursorganen zullen een gemotiveerd verzoek tot uitstel niet bij voorbaat kunnen afwijzen, maar moeten aantonen dat er een zwaarwegend belang is bij de invordering en onderbouwen waarom de uitkomst van de bezwaar- en/of beroepsprocedures niet kan worden afgewacht. De uitspraak is te benaderen met deze link.

Deze bijdrage is tot stand gekomen in samenwerking met Emilie van Hasselt van Van Hasselt Law.