Betaaltermijn grote ondernemingen

Op 1 juli 2017 is een nieuwe wet in werking getreden voor het tegengaan van een onredelijk lange betaaltermijn door grote ondernemingen. Het doel is om kleinere commerciële leveranciers van producten en diensten te beschermen tegen door grote ondernemingen bedongen onredelijk lange betaaltermijnen. Wat houdt deze wetswijziging in?

 

Achtergrond regeling betaaltermijn

Grote ondernemingen zijn geneigd om hun werkkapitaal mede te financieren door lange betaaltermijnen voor hun (kleine) leveranciers. Om misbruik van machtposities van grote bedrijven ten opzichte van hun leveranciers tegen te gaan is in 2002 de EU Richtlijn Betalingsachterstanden geïmplementeerd (Richtlijn 2000/35/EG). Voor zogenaamde handelsovereenkomsten is de wettelijke handelsrente ingevoerd, vastgelegd in artikel 6:119a BW. De wettelijke handelsrente is nu 8% en daarmee aanzienlijk hoger dan de gewone wettelijke rente. De wettelijke (handels)rente is van toepassing indien iemand in verzuim is van zijn / haar betalingsverplichtingen.

Grote ondernemingen bleven evenwel lange betalingstermijnen overeenkomen dan wel afdwingen. Daarom is de Richtlijn in 2013 aangepast. Daaruit volgde dat als er geen betaaltermijn was overeengekomen, deze 30 dagen zou zijn, waarbij een langere termijn dan 60 dagen in beginsel ook kon worden overeengekomen.

Wetswijziging

De wetswijziging per 1 juli 2017 geeft geen mogelijkheid meer aan grote ondernemingen om betaaltermijnen overeen te komen van langer dan 60 dagen. Een beding voor een termijn van langer dan 60 dagen in een overeenkomst tussen een grote onderneming als afnemer en een niet-grote onderneming (hierna: kleine onderneming) als leverancier is nietig.

Voor wat als een grote onderneming wordt beschouwd wordt aansluiting gezocht bij de vereisten uit artikel 2:397 BW. Het moet gaan om ten minste twee van de volgende vereisten:

  1. een balanstotaal van EUR 20.000.000,- of meer;
  2. een netto omzet van EUR 40.000.000,- of meer; en
  3. meer dan 250 werknemers.

Een onderneming die niet aan twee van deze drie criteria voldoet wordt beschouwd als een kleine onderneming.

Deze wetswijziging geldt dus alleen voor overeenkomsten waarbij een kleine onderneming leverancier is en een grote onderneming afnemer. Het geldt niet bij een transactie tussen twee grote of twee kleine ondernemingen, of transacties waarbij de grote onderneming de leverancier is.

Voor transacties die worden gesloten tussen grote ondernemingen als afnemers en kleine ondernemingen als leveranciers is nog wel een uitzondering mogelijk, namelijk als er voor de afnemer:

  1. objectieve redenen zijn om af te wijken van de 60 dagen termijn;
  2. gezien de aard van de transactie; en
  3. het een aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken betreft.

Deze criteria lijken beperkend, maar hoe hier mee in de (rechts)praktijk zal worden omgegaan, is nog niet helder. Als een bedongen termijn van langer dan 60 dagen niet onder de uitzondering valt, is het vernietigbaar.

Gevolgen voor ondernemingen

Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat kleine ondernemingen, die als leverancier zaken doen met een afnemer die grote ondernemer is, een betaaltermijn van langer dan 60 dagen in beginsel sinds 1 juli 2017 niet hoeven te accepteren. Indien zij zich wel gedwongen voelen een dergelijke termijn te accepteren, kan later de nietigheid van dit beding in rechte worden ingeroepen. Gevolg hiervan is dat dan van rechtswege de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen zal gelden, en dat de grote onderneming/afnemer vanaf 30 dagen wettelijke handelsrente is verschuldigd.

Voor lopende overeenkomsten, aangegaan voor 1 juli 2017, geldt dat de nieuwe regeling effect heeft vanaf 1 juli 2018. Dus ook voor oudere overeenkomsten is vanaf die datum een betaaltermijn van langer dan 60 dagen verboden.

Bij overeenkomsten waarbij van bescherming van kleinere ondernemingen geen sprake is, geldt in beginsel ook het maximum van 60 dagen, maar op dergelijke overeenkomsten is de hiervoor genoemde uitzondering van een objectieve reden eventueel mogelijk. Dit is echter wel een discussiepunt, waarbij de partij die een langere termijn wil aanhouden zal moeten aantonen dat er sprake is van een objectieve reden.

Aanbeveling

Het is zaak voor zowel grote als kleine ondernemingen om de betalingstermijnen van zowel nieuwe contracten als van bestaande contracten die doorlopen na 1 juli 2018, onder de loep te nemen. Vaak zijn de betaaltermijnen in de algemene voorwaarden geregeld. Indien blijkt dat de maximale betaaltermijn van 60 dagen wordt overschreden, is het raadzaam om maatregelen te nemen. BWK Partners kan u daarbij assisteren.