De rechtbank Oost-Brabant heeft op 17 augustus 2016 een uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van de bestuurder van het vleesverwerkingsbedrijf dat in 2013 landelijke bekendheid verwierf als gevolg van de affaire rondom de vermenging van paardenvlees met rundvlees. De onderneming ging failliet na deze affaire en het gesjoemel met vlees was een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van de bestuurder met als gevolg bestuurdersaansprakelijkheid: de bestuurder is persoonlijk aansprakelijk voor de schade in het faillissement.

 

Feiten

Begin 2013 vond een afnemer van vleesverwerker X het DNA van paardenvlees in een partij rundvleessnippers. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) startte hierop een onderzoek. Volgens de NVWA voldeed X niet aan de regels omdat niet in elk stadium van het productieproces kon worden nagegaan van wie X de karkassen had afgenomen en aan wie zij de verwerkte producten had geleverd. Bovendien bleek dat paardenvlees niet als paardenvlees werd geëtiketteerd. De NVWA achtte de voorraad daarom een potentieel gevaar voor de volksgezondheid en nam de volledige voorraad in beslag.

Door de inbeslagname kwam de productie van X volledig stil te liggen als gevolg waarvan de werknemers niet meer konden worden betaald. Daarop hebben de werknemers in april 2013 het faillissement van X aangevraagd en er werd een curator aangesteld. De curator was van mening dat bestuurder Y persoonlijk aansprakelijk is voor het tekort in de boedel uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid in geval van faillissement (artikel 2:248 Burgerlijk Wetboek).

Oordeel rechtbank: bestuurdersaansprakelijkheid

De rechtbank oordeelt dat de bestuurder kennelijk onbehoorlijke taakvervulling kan worden verweten. De bestuurder heeft bewust in strijd met Europese regelgeving voor vleesverwerking gehandeld. Voor de rechtbank staat vast dat er bewust paardenvlees met rundvlees in vermengd. De bestuurder diende bovendien te begrijpen dat bij ontdekking van de fraude desastreus de gevolgen zouden zijn voor de onderneming. De rechtbank acht het derhalve aannemelijk dat de affaire een belangrijke oorzaak van het faillissement was, nu de financiële problemen bij X zijn ontstaan na het onderzoek van de NVWA en de daarop volgende inbeslagname van de vleesvoorraad. Dit betekent dat Y persoonlijk aansprakelijk is voor het tekort in het faillissement.

X deed nog een verzoek tot matiging van het bedrag van zijn aansprakelijkheid aan de rechtbank. De rechtbank gaat hierin niet mee en stelt dat Y door het bewust overtreden van de regelgeving moest begrijpen dat de gevolgen hiervan desastreus voor de onderneming konden zijn. Dit betekent dat Y hoofdelijk aansprakelijk is voor het volledige tekort in het faillissement. De exacte omvang van de schade dient nog in een schadestaatprocedure te worden vastgesteld. Omdat al wel duidelijk was dat de schade meer dan EUR 1.000.000,- bedroeg, diende Y alvast een voorschot van EUR 1.000.000,- aan de curator te betalen.

Conclusie

Het bewust overtreden van de essentiële regels voor een bedrijfstak kan bestuurdersaansprakelijkheid tot gevolg hebben indien dergelijk gesjoemel het faillissement (mede) veroorzaakt. De uitspraak is te vinden onder de volgende link.